Ga naar inhoud

12 juni 2026

Corrigo redactie

Delen op LinkedIn

Dagelijks werk versus examens: zo weeg je eerlijk en uitlegbaar

Bijgewerkt op 7 september 2026. De uitleg over de puntenschaal van Corrigo en de evaluatiedagen is aangepast aan schooljaar 2026–2027.

Nog een paar dagen en de examens van juni beginnen. In de leraarskamer duikt dan elk jaar dezelfde discussie op: hoeveel telt het dagelijks werk mee, en hoeveel het examen? Leerlingen rekenen intussen driftig uit wat ze "nog nodig hebben", en op het laatste oudercontact van het jaar verdedig je een eindtotaal waarvan de samenstelling soms meer vragen oproept dan de punten zelf.

Een goed moment dus om de weging van dagelijks werk versus examens tegen het licht te houden. Want wat veel leerkrachten — en bijna alle ouders — niet beseffen: er bestaat geen Vlaamse regel die die verhouding vastlegt. De verhouding is een keuze. En een keuze moet je kunnen uitleggen.

Wat ligt vast — en wat niet

De Vlaamse regelgeving legt geen weging op, geen beoordelingsnormen en geen slaagdrempels. Evaluatie behoort tot de pedagogische vrijheid van de school: het schoolbestuur beslist zelf of er met examens, met permanente evaluatie of met een combinatie van beide gewerkt wordt, en de klassenraad heeft bij het beoordelen een ruime autonomie. De afspraken staan in het schoolreglement dat ouders bij de inschrijving aanvaarden.

De toegestane evaluatiedagen zijn sinds 1 september 2026 anders afgebakend. De vroegere aantallen van 30 en 9 volledige lesdagen zijn geen actuele planningsnorm meer. Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 geldt bij uitsluitend examens maximaal 50 halve lesdagen per schooljaar; zonder examens 12, en bij een combinatie minder dan 50. Onder meer voor zevende leerjaren gericht op instroom op de arbeidsmarkt en voor andere opleidingsvormen gelden aparte regels. Bekijk de toelichting voor schooljaar 2026–2027 en artikel 5 van de officiële regeling voor de toepasselijke voorwaarden.

Het gemiddelde is een keuze, geen natuurwet

Neem een leerling met 78 procent voor dagelijks werk en 42 procent voor het examen. Bij een weging van 50/50 eindigt die op 60 procent; bij 30/70 op krap 53. Zelfde leerling, zelfde prestaties, ander rapport. Geen van beide totalen is "juister" — ze beantwoorden een andere vraag. Weeg je het examen zwaar, dan vraag je: beheerst deze leerling de leerstof op het einde van de rit? Weeg je het dagelijks werk zwaar, dan vraag je: heeft deze leerling het hele trimester gewerkt en getoond wat hij kan?

Beide vragen zijn legitiem, en het antwoord mag verschillen per vak, per graad en per finaliteit. Wat niet mag: de keuze onbewust laten gebeuren, of pas achteraf — als de totalen tegenvallen — beginnen te schuiven.

Drie toetsstenen voor een eerlijke weging

  1. Vooraf bekend. De weging staat bij het begin van het schooljaar op papier, voor leerlingen én ouders, en verandert niet onderweg. Wie in mei nog aan de verhouding sleutelt, organiseert zijn eigen discussie.
  2. Uitlegbaar in één zin. "Het examen telt zwaarder omdat we in deze richting toewerken naar grote leerstofgehelen" is een uitleg. "Dat is hier altijd zo geweest" is er geen.
  3. Consistent binnen de vakgroep. Dat wiskunde anders weegt dan lichamelijke opvoeding, begrijpt iedereen. Dat 3A anders weegt dan 3B voor hetzelfde vak, begrijpt niemand — en op een oudercontact valt het niet uit te leggen.

Transparantie vooraf voorkomt discussie achteraf

In juni komt alles samen bij de delibererende klassenraad, en die baseert zich op alle evaluatiegegevens die tijdens het schooljaar verzameld zijn — dagelijks werk én examens. Hoe die gegevens tot een eindbeeld leiden, moet je daar kunnen uitleggen; hoe dat dossier eruitziet, lees je in ons artikel over deliberatie en attesten. De vuistregel is simpel: elke minuut die je in september aan transparantie besteedt, spaart in juni een uur discussie uit.

Praktisch betekent dat: zet de weging in je cursus of jaarplanning, toon tussenstanden zodat leerlingen zelf hun stand kunnen berekenen, en bewaar je punten per vraag, zodat je elk totaal kunt reconstrueren. Wie met Corrigo verbetert, krijgt die laatste laag vanzelf: per vraag voorgestelde punten met toelichting, door de leerkracht gecontroleerd, en de resultaten als CSV te downloaden voor het eigen puntenboek. Nieuwe Vlaamse projecten voor het secundair onderwijs beginnen met een puntenschaal op twintig. De omzetting volgt de normering van het project; bestaande projecten kunnen een andere schaal hebben. Corrigo koppelt niet automatisch met Smartschool of Skore; de weging in het puntenboek blijft werk van jou en je school. Wat het puntenboek zelf wel en niet oplost, bespraken we eerder in dit artikel.

Veelgestelde vragen

Bestaat er een wettelijke verdeling tussen dagelijks werk en examens in Vlaanderen?

Nee. De school bepaalt de verhouding tussen dagelijks werk en examens en legt haar evaluatieafspraken vast in het schoolreglement. Sinds 1 september 2026 gelden nieuwe grenzen voor evaluatiedagen, afhankelijk van de onderwijs- en evaluatievorm. De vroegere aantallen in dit artikel zijn daarom bijgewerkt.

Wat is een gangbare verhouding tussen dagelijks werk en examens?

Dat verschilt per school, per graad en per finaliteit. Belangrijker dan het exacte getal is dat de weging vooraf vastligt, in één zin uitlegbaar is en binnen de vakgroep consistent wordt toegepast.

Mag een school de weging tijdens het schooljaar veranderen?

De evaluatieafspraken staan in het schoolreglement dat ouders bij de inschrijving aanvaarden. Tussentijds aan de verhouding sleutelen ondergraaft het vertrouwen en organiseert discussie achteraf — doe het niet.

Telt dagelijks werk mee bij de deliberatie?

Ja. De delibererende klassenraad baseert zich op alle evaluatiegegevens die tijdens het schooljaar verzameld zijn — dagelijks werk én examens samen.