Vier weken na de start zitten in veel eerste jaren leerlingen die op hun lesrooster drie uur meer hebben dan hun klasgenoten. Dat is nieuw. Sinds 1 september organiseren secundaire scholen voor het eerst de drie uur extra Nederlands die de klassenraad van de lagere school in juni aan een deel van zijn leerlingen oplegde, samen met de beslissing over het getuigschrift basisonderwijs.
Tegelijk worden deze weken de eerste evaluaties Nederlands verbeterd. En daar schuurt iets. De regelgeving laat de klassenraad van het secundair die extra uren afbouwen wanneer een leerling vooruitgaat. Maar vooruitgang is een vergelijking, en voor een klas die je vier weken kent, heb je nog niets om mee te vergelijken.
Wat de Codex precies zegt
De maatregel staat in artikel 136/4 van de Codex Secundair Onderwijs, sinds 1 september 2025 van kracht. Een leerling in het voltijds gewoon secundair onderwijs volgt extra taallessen Nederlands boven op de lessentabel, om taalachterstand op een zo kort mogelijke termijn weg te werken
. Het artikel kent twee wegen om daar terecht te komen.
De eerste loopt via de klassenraad van het lager onderwijs, die voor elke leerling hierover beslist samen met de toekenning van het getuigschrift. In dat geval start de leerling in zijn eerste jaar met drie extra wekelijkse uren. De tweede loopt via de klassenraad van het secundair, die minstens bestaat uit de leraren van de basisvorming. Die kan zelf maximaal drie extra uren opleggen, maar niet aan een leerling die ze al volgt op beslissing van de lagere school.
Voor het afbouwen is er één zin, en die is voor dit stuk de belangrijkste: de vermindering of beëindiging van de extra wekelijkse uren taallessen [...] is afhankelijk van de evaluatie van de studievoortgang van de leerling door de klassenraad in de loop of bij het einde van een schooljaar
. Hoe de school de uren organiseert, laat de Codex aan de school: in een eigen aanbod of samen met andere scholen. Minister Demir bevestigde in het Vlaams Parlement dat scholen daarin autonoom zijn, en dat de organisatie van de uren een decretale verplichting is die binnen het gewone toezicht wordt opgevolgd.
Over de omvang: volgens de minister gaat het om bijna 3.800 leerlingen, ongeveer één op de twintig instromers in het eerste jaar, zo berichtte VRT NWS in juli. Het precieze aantal in jouw school ken je zelf beter dan wie ook.
Twee meetlatten die niet op elkaar aansluiten
De klassenraad van de lagere school beslist op basis van de eindtermen of de minimumdoelen Nederlands van het basisonderwijs; zo staat het in de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet over taalmaatregelen. De klassenraad van het secundair zal de voortgang beoordelen met wat hij zelf ziet: evaluaties Nederlands in het eerste jaar, en het taalgebruik in de andere vakken van de basisvorming.
Dat zijn twee verschillende meetlatten, gehanteerd door twee verschillende teams, in twee verschillende scholen. Een leerling die in juni net onder de lat van de lagere school bleef, kan in oktober op een evaluatie van het eerste jaar hoog of laag scoren om redenen die weinig met vooruitgang te maken hebben: een andere tekstsoort, een andere manier van vragen stellen, een verbetersleutel die strenger of milder is dan wat hij gewoon was.
Waarom de eerste evaluatie de minst betrouwbare is
Bij de eerste evaluatie van een nieuwe klas ontbreekt het ijkpunt. Je kent de leerlingen nog niet, je weet niet hoe deze groep op dit soort vragen reageert, en de verbetersleutel wordt voor het eerst op dit werk losgelaten. Wat de leerkracht normaal onbewust bijstuurt — zo schrijft hij altijd, dat bedoelt hij
— valt weg.
Dat heeft twee gevolgen. Een lage score op die eerste evaluatie zegt minder over de taalvaardigheid van een leerling dan ze lijkt te zeggen, en een hoge score evenmin. En voortgang kun je er per definitie niet uit halen: een eerste meting is een vertrekpunt, geen verschil.
Voor de extra uren betekent dat iets heel praktisch. De klassenraad die in de loop van het jaar wil afbouwen, heeft een tweede meting nodig die met dezelfde meetlat gebeurt als de eerste. Wie de eerste evaluatie verbetert zonder daar nu al aan te denken, heeft in december twee losse totalen die niets met elkaar te maken hebben.
Drie afspraken die de vakgroep Nederlands nu kan maken
Eén: verbeter de eerste evaluatie als beginmeting, per onderdeel. Niet alleen een totaal op twintig, maar punten per vraag en per onderdeel: lezen, woordenschat, schrijven, taalbeschouwing, wat je ook toetst. Een leerling die met drie extra uren vooral op begrijpend lezen vooruitgaat en op schrijven niet, verdient een andere bespreking dan een leerling bij wie alles een beetje stijgt. Dat zie je alleen als de onderdelen apart bewaard blijven.
Twee: één verbetersleutel voor de klas en voor de extra uren. De drie extra uren worden bij voorkeur door leerkrachten Nederlands gegeven, maar niet altijd door de leerkracht die de klas heeft. Als de leerkracht van de extra uren en die van de klas elk met een eigen sleutel werken, meet de klassenraad in december het verschil tussen twee leerkrachten en niet de voortgang van de leerling. Leg vast welke evaluaties als meetmoment dienen, en verbeter die met dezelfde sleutel. Hoe je een sleutel schrijft die de stappen benoemt in plaats van alleen het eindantwoord, staat in een verbetersleutel maken.
Drie: plan het tweede meetmoment nu al. Niet de datum van de klassenraad, maar de evaluatie waarop die zich zal baseren. Neem daarin dezelfde onderdelen op als in de eerste, met vergelijkbare teksten en vragen. Dan ligt er straks een vergelijking op tafel in plaats van een indruk.
En de leerkrachten van de andere vakken?
De klassenraad die over de voortgang beslist, bestaat minstens uit de leraren van de basisvorming. Dat is logisch: taalachterstand toont zich evengoed in een toets geschiedenis of natuurwetenschappen als in een dictee. Maar ook daar geldt: een leerkracht aardrijkskunde die in oktober zegt dat een leerling de vragen niet begrijpt
, heeft een waardevolle observatie, en geen meting.
Een eenvoudige afspraak helpt. Laat in de verbetersleutel van de eerste toetsen in andere vakken apart zien wanneer een antwoord mislukt doordat de vraag verkeerd gelezen is, en wanneer doordat de leerstof niet gekend is. Dat kost per vraag één aantekening, en het geeft de klassenraad iets om naast de evaluaties Nederlands te leggen. Wat we elders schreven over feedback en remediëring geldt hier dubbel: een leerling die extra uren volgt, heeft er meer aan te weten wáár het misloopt dan hoeveel punten hij haalde.
Waar Corrigo helpt, en waar niet
Per onderdeel verbeteren, dezelfde sleutel gebruiken over twee leerkrachten heen en de resultaten per vraag bijhouden: dat is precies het werk dat in de eerste weken van het jaar blijft liggen, omdat er al genoeg ander werk is.
Corrigo neemt daar een deel van over. Je scant de gemaakte evaluaties, de AI leest het handschrift, legt elk antwoord naast jouw verbetersleutel en stelt per vraag punten voor met een motivering erbij. Jij loopt de voorstellen na en beslist. Werken de leerkracht van de klas en die van de extra uren met dezelfde sleutel, dan vertrekt elk voorstel van dezelfde criteria, in oktober net zo goed als in december, en het overzicht per vraag en per onderdeel staat meteen klaar. Hoe dat werkt, lees je op verbeteren met Corrigo en voor papier op papieren toetsen digitaal verbeteren. Waar de gegevens van leerlingen staan en hoe we met de GDPR omgaan, staat op onze veiligheidspagina.
Wat Corrigo niet doet: beslissen of een leerling de extra uren blijft volgen. Dat is en blijft een beslissing van de klassenraad, op basis van de evaluatie van de studievoortgang zoals de Codex die vraagt. Hoe je zo'n beslissing goed documenteert voor een latere bespreking, staat in het deliberatiedossier van de klassenraad.
Het eerste jaar van een nieuwe maatregel
Niemand heeft hier ervaring mee: niet de lagere scholen die in juni voor het eerst beslisten, niet de secundaire scholen die de uren sinds vier weken geven, en niet de klassenraden die er straks over moeten oordelen. Dat is geen verwijt, het is de situatie. Juist daarom loont het om de eerste evaluatie nu te verbeteren alsof er later een tweede naast komt te liggen. Want die komt er, en dan is de vraag niet of een leerling vooruitgaat, maar of je het kunt laten zien.
Veelgestelde vragen
Wie beslist over de drie uur extra Nederlands in het eerste jaar secundair?
Volgens artikel 136/4 van de Codex Secundair Onderwijs beslist in de eerste plaats de klassenraad van het lager onderwijs, samen met de beslissing over het getuigschrift basisonderwijs. De leerling start dan in het eerste jaar met drie extra wekelijkse uren taallessen Nederlands. Daarnaast kan ook de klassenraad van het secundair onderwijs extra taallessen opleggen, met een maximum van drie uur per week, maar niet aan een leerling die ze al volgt op beslissing van de lagere school.
Mag de klassenraad van het secundair de extra uren verminderen of stopzetten?
Ja. De Codex bepaalt dat de vermindering of beëindiging van de extra wekelijkse uren afhankelijk is van de evaluatie van de studievoortgang van de leerling door de klassenraad, in de loop of bij het einde van een schooljaar. Dat geldt zowel voor uren die de lagere school oplegde als voor uren die de secundaire school zelf oplegde.
Sinds wanneer geldt de maatregel?
Het artikel staat sinds 1 september 2025 in de Codex en maakt deel uit van het decreet Lerenden en organisatie, dat op 18 juli 2025 definitief werd goedgekeurd. De klassenraden van het basisonderwijs namen de beslissingen voor het eerst aan het einde van het schooljaar 2025-2026, dus secundaire scholen organiseren de uren voor het eerst sinds 1 september 2026.
Waarom is de eerste evaluatie van het jaar geen goede basis om af te bouwen?
Omdat ze een beginmeting is en geen voortgang. De leerling is nieuw, de leerkracht kent zijn werk nog niet en de evaluatie is de eerste die met deze verbetersleutel wordt verbeterd. Voortgang zie je pas wanneer je een latere evaluatie met dezelfde onderdelen en dezelfde sleutel naast die eerste kunt leggen.
Beslist Corrigo mee over de extra uren Nederlands?
Nee. Corrigo leest gescande evaluaties, legt elk antwoord naast de verbetersleutel van de leerkracht en stelt per vraag punten voor met een motivering. De leerkracht beslist over de punten, de klassenraad over de extra uren. Wat Corrigo wel oplevert, is een overzicht per vraag en per onderdeel dat je bij een volgende evaluatie opnieuw naast elkaar kunt leggen.
Bronnen: Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 136/4 (in werking sinds 1 september 2025; beslissing door de klassenraad van het lager onderwijs of van het secundair onderwijs, maximaal drie extra wekelijkse uren, vermindering of beëindiging afhankelijk van de evaluatie van de studievoortgang door de klassenraad), zoals gepubliceerd in de Vlaamse Codex; antwoord van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir op schriftelijke vraag nr. 520 van M'Hamed Kasmi van 10 februari 2026 (decreet Lerenden en organisatie, definitief goedgekeurd op 18 juli 2025; eerste beslissingen van de klassenraden basisonderwijs aan het einde van het schooljaar 2025-2026; scholen autonoom in de organisatie; opvolging binnen het reguliere toezichtskader); Vlaams Parlement, ontwerp van decreet wat betreft taalmaatregelen, stuk 799 (2025-2026) nr. 1 van 9 april 2026, memorie van toelichting (oordeel op basis van de eindtermen of minimumdoelen Nederlands basisonderwijs; bij voorkeur gegeven door leerkrachten Nederlands). Het aantal van bijna 3.800 leerlingen is een uitspraak van de minister in de commissie Onderwijs zoals gerapporteerd door VRT NWS op 10 juli 2026; het verslag zelf konden we niet raadplegen.