Het schooljaar is twee weken oud en de resultaten van de Vlaamse toetsen zijn al sinds eind juni bekend, in de vorm van Vlaamse gemiddelden. Wat je school zelf deed, weet je op 30 september: dan ontvangen alle scholen een dashboard met hun resultaten op leerlinggroep-, school- en unitniveau. Enkele dagen later krijgen ook het schoolbestuur, de onderwijsinspectie en de pedagogische begeleidingsdienst een overzicht op schoolniveau.
Dat maakt de laatste week van september een week waarin veel vakgroepen wiskunde en Nederlands samen naar een scherm zullen kijken. Het loont om vooraf te weten wat er op dat scherm staat, wat er bewust niet op staat, en welk deel van het werk daarna van jou is.
Wat het dashboard je vertelt
Het schoolfeedbackdashboard toont de ruwe en de gecontextualiseerde resultaten van je school per toetsonderdeel, vergeleken met het Vlaamse gemiddelde en met scholen met een gelijkaardig leerlingenpubliek. Voor het basisonderwijs komt daar dit jaar voor het eerst leerwinst bij: de leerlingen van het zesde leerjaar legden in 2024 al de toets van het vierde af, en de twee meetmomenten staan samen op een grafiek. Voor het secundair is dat nog niet aan de orde.
Het Vlaamse beeld is intussen bekend, en voor één onderdeel is het hard. Voor wiskundige problemen oplossen haalt in het zesde leerjaar basisonderwijs 29 procent van de leerlingen de eindtermen, in het tweede jaar secundair B-stroom 31 procent, en in de A-stroom 17 procent. Het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs liet de cesuur voor dat onderdeel na een bijkomende controle door het expertenpanel bevestigen. In de woorden van het departement: de lage resultaten wijzen niet op een technische afwijking in de cesuurbepaling, maar op een inhoudelijk aandachtspunt voor het onderwijs. Leerlingen hebben het moeilijk om wiskundige kennis doelgericht toe te passen in een probleem.
Voor de rest liggen bijna alle resultaten in lijn met 2024 en 2025. Het departement schrijft daar twee dingen bij: dat het nu nog geen grote veranderingen verwacht, omdat acties pas na verloop van tijd effect hebben, en dat het de resultaten ziet verbeteren wanneer meer scholen actief met de resultaten aan de slag gaan. Dat tweede is een verwachting die op 30 september bij jou belandt.
Wat er bewust niet in staat
Drie dingen staan er niet in, en alle drie met reden.
Leerwinst per leerling. Het Steunpunt rapporteert leerwinst alleen op school- en systeemniveau, omdat een score per leerling wetenschappelijk niet betrouwbaar genoeg is. De leerlingfeedback van juni bevatte die dus ook niet, en het dashboard van september evenmin.
De stap waarop het misgaat. Het dashboard zegt dat je tweede jaar zwak scoort op wiskundige problemen oplossen. Het zegt niet of dat komt doordat leerlingen de vraag verkeerd lezen, de verkeerde bewerking kiezen, correct rekenen maar het antwoord niet terugkoppelen aan de vraag, of gewoon niet beginnen. Een centrale toets meet het resultaat van een keten; welke schakel breekt, zie je alleen in werk dat je zelf per stap kunt lezen.
Wat er sinds mei veranderd is. De toetsen zijn afgenomen tussen eind april en midden mei. Op 30 september kijk je naar leerlingen van vier maanden geleden, van wie een deel intussen in een andere klas of een andere school zit. Het dashboard is een foto van het einde van vorig schooljaar, geen meting van de groep die nu voor je zit.
Wat centrale toetsen wél en niet zeggen over je leerlingen, en waarom je eigen toetsen er niet minder maar juist meer toe doen, stond eerder in Vlaamse toetsen: wat ze wél en niet zeggen. Dit stuk gaat over de week erna.
De vakgroepvergadering van oktober
Als het dashboard bevestigt wat Vlaanderen al wist — dat wiskundige problemen oplossen het zwakke onderdeel is — dan is de verleiding groot om daar een actieplan aan te hangen: meer oefeningen, een extra les, een nieuwe methode. Het departement wijst zelf naar de Onderwijsspiegel 2026 als verdieping van de resultaten, en die noemt onder meer verschillen in de kwaliteit op de klasvloer en het ontbreken van een schoolbrede, evidence-informed didactische aanpak. Dat zijn geen problemen die een extra oefenreeks oplost.
Wat een vakgroep wél in één vergadering kan beslissen, is hoe ze het tweede deel van de informatie gaat verzamelen: het deel dat het dashboard bewust niet levert. Dat vraagt drie afspraken.
Ten eerste: de eerstvolgende toets met probleemvragen wordt per vraag verbeterd, niet per leerling, en de punten per vraag worden bijgehouden. Niet "Sanne heeft 11 op 20" maar "Sanne heeft bij vraag 4 wel de juiste bewerking gekozen en de terugkoppeling gemist". Dat is de enige manier om in oktober te zien welke schakel bij welke leerling breekt.
Ten tweede: de verbetersleutel van die toets benoemt de stappen. Een sleutel die alleen het eindantwoord noemt, kan het verschil niet maken tussen de leerling die niet begon en de leerling die alles goed deed behalve het laatste. Een sleutel die per stap punten geeft — vraag begrepen, bewerking gekozen, correct uitgevoerd, antwoord teruggekoppeld — levert precies de informatie waar het dashboard ophoudt. Hoe je zo'n sleutel schrijft, staat in een verbetersleutel maken.
Ten derde: de afspraak geldt voor de hele vakgroep, met dezelfde sleutel. Anders vergelijk je in oktober niet de leerlingen maar de verbeteraars.
Waar het verbeterwerk dan vandaan komt
Dit is de eerlijke kanttekening. Per vraag verbeteren met een sleutel per stap kost meer tijd dan een totaal onderaan de toets, en de evaluatiedagen zijn sinds 1 september net begrensd. Wie de vakgroep vraagt om meer informatie uit elke toets te halen, vraagt ook om meer verbeterwerk, en dat werk landt bij dezelfde mensen die in de klas met de 17 procent aan de slag moeten.
Dat is het deel dat Corrigo voor zijn rekening neemt. Je scant de gemaakte toetsen als één PDF per klas, de AI leest het handschrift en legt elk antwoord naast jouw verbetersleutel — stap voor stap, als de sleutel de stappen benoemt — en stelt per vraag punten voor met een toelichting. Jij loopt de voorstellen na en beslist. Het overzicht per vraag, dat je anders zelf in een rekenblad zou moeten overtypen, staat er meteen. Hoe dat werkt met papieren toetsen, staat in papieren toetsen digitaal verbeteren; hoe het verbeteren zelf verloopt, op verbeteren met Corrigo.
Wat Corrigo niet doet, is het dashboard van 30 september vervangen of interpreteren. Dat is een meting van het Steunpunt, met een cesuur die door een expertenpanel is vastgelegd, en het hoort bij de school en de vakgroep om er conclusies aan te verbinden. Wat wij doen, is ervoor zorgen dat je in oktober het tweede deel van het verhaal in handen hebt — per leerling, per vraag, per stap — zonder dat het je avonden kost.
Vooruit naar 2027
Nog één regel uit de toelichting verdient aandacht in de derde graad: in 2027 leggen ook de leerlingen van het zesde jaar secundair de Vlaamse toetsen af. De kalibratiestudie daarvoor liep tot 30 juni 2026. Vanaf de afname van 2027 gelden bovendien nieuwe cesuren voor leesbegrip, verschillende dieptethema's en wiskundige problemen oplossen, afgestemd op de herwerkte eindtermen van de eerste graad.
Voor wie in het zesde jaar lesgeeft, betekent dat dat het dashboard van september 2027 voor het eerst over jouw leerlingen gaat. De vakgroep die dit jaar leert om uit haar eigen toetsen te halen wat het dashboard niet levert, staat dan niet voor een scherm met een verrassing, maar met een bevestiging.
Veelgestelde vragen
Wanneer krijgt mijn school de resultaten van de Vlaamse toetsen 2026?
Op 30 september 2026 ontvangen scholen een dashboard met hun resultaten op leerlinggroep-, school- en unitniveau. Enkele dagen later krijgen ook schoolbesturen, de onderwijsinspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten een overzicht op schoolniveau. In december 2026 volgen verdiepende rapporten van het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs.
Wat staat er in het schoolfeedbackdashboard?
De ruwe en gecontextualiseerde schoolresultaten per toetsonderdeel, vergeleken met het Vlaamse gemiddelde en met scholen met een gelijkaardig leerlingenpubliek. Voor het lager onderwijs komt daar vanaf dit jaar leerwinst bij, op school- en systeemniveau. Leerwinst wordt niet per leerling gerapporteerd, omdat dat volgens het Steunpunt wetenschappelijk niet betrouwbaar genoeg is.
Hoe slecht zijn de resultaten voor wiskundige problemen oplossen?
In het zesde leerjaar basisonderwijs haalt 29 procent van de leerlingen de eindtermen voor dit onderdeel, in het tweede jaar secundair B-stroom 31 procent en in de A-stroom 17 procent. Het Steunpunt liet de cesuur na een bijkomende controle bevestigen: de lage resultaten wijzen niet op een technische afwijking, maar op een inhoudelijk aandachtspunt voor het onderwijs.
Zijn de resultaten van 2026 beter dan die van 2024 en 2025?
Bijna alle resultaten liggen in lijn met die van de vorige twee jaren. Het departement verwacht nu nog geen grote verschuivingen, omdat acties pas na verloop van tijd effect hebben, en leest de stabiliteit ook als een bevestiging van de betrouwbaarheid van de toetsen. Vanaf de afname van 2027 gelden voor een aantal onderdelen wel nieuwe cesuren, afgestemd op de herwerkte eindtermen van de eerste graad.
Wat kan mijn vakgroep met het dashboard, en wat niet?
Het dashboard zegt op welk toetsonderdeel je school afwijkt van vergelijkbare scholen. Het zegt niet welke leerling waarop vastloopt, welke stap in een oplossing misgaat of wat er sinds mei is veranderd. Dat tweede deel komt uit je eigen toetsen, op voorwaarde dat je die per vraag verbetert met een verbetersleutel die de stappen benoemt en niet alleen het eindantwoord.
Bronnen: Departement Onderwijs en Vorming, Toelichting bij de resultaten van de Vlaamse toetsen 2026
(vlaamsetoetsen.be), in het bijzonder de paragrafen 1.4, 2.2, 2.4, 2.5 en 2.7 (208.716 deelnemende leerlingen, 835.754 afgelegde toetsen; dashboard op 30 september 2026; rapporten in december 2026; zesde jaar secundair in 2027); Onderwijsinspectie, Onderwijsspiegel 2026, zoals aangehaald in diezelfde toelichting; omzendbrief SO 74 (versie 11 mei 2026) voor de begrenzing van de evaluatiedagen sinds 1 september 2026.