In de eerste weken van september gaat het in de meeste scholen over roosters, vervangingen en de eerste evaluaties. Ondertussen is er iets stils gepasseerd: sinds 1 september moet je school een ICT-beleidsplan hebben. Niet als extraatje, maar als afspraak die vasthangt aan de middelen die ze uit het Digiplan krijgt.
De kans is reëel dat het plan door één of twee mensen geschreven is: de ICT-coördinator en de directie, misschien met een werkgroep erbij. De kans is even reëel dat er niets in staat over het gereedschap waarmee jij werk van leerlingen verbetert. Dat is jammer, want dat is precies de software die het dichtst bij de punten van een leerling komt.
Wat er nu juist moet
Artikel 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering over het Digiplan bepaalt dat scholen, centra en academies die op basis van dat besluit extra ICT-middelen ontvangen, een ICT-beleidsplan opstellen voor 1 september 2026. Op een schriftelijke vraag in het Vlaams Parlement antwoordde minister Demir dat die modaliteit, voor alle duidelijkheid, geen uitbetalingsvoorwaarde is: dat staat in artikel 6 van de omzendbrief Digiplan. Het doel van de verplichting, schrijft de minister, is niet het ICT-beleidsplan op zich, maar wel het ICT-beleidsplanningsproces dat inzet op infrastructuur en professionalisering.
De verantwoording van de besteding gebeurt via het digitale schoolloket toelagen in Mijn Onderwijs; AGODI controleert. Om de planlast te drukken biedt het Kenniscentrum Digisprong met Pictos — Plan ICT Op School — een ICT-beleidsplanner aan, ook bruikbaar om een bestaand plan te toetsen op blinde vlekken.
De omzendbrief somt op wat in het plan hoort: de eigen visie op ICT en onderwijs, een analyse van de beginsituatie, een actieplan met doelstelling, verantwoordelijke en streefdatum, de professionalisering van het personeel, maatregelen voor digitale inclusie en een duidelijke rolverdeling.
Lees die lijst nog eens, en probeer er de evaluatie in te vinden. Ze staat er niet expliciet in. Ze valt er wel volledig onder.
De blinde vlek: software die aan de punten raakt
De meeste ICT-beleidsplannen die wij te zien krijgen, gaan over hardware, netwerk, het leerplatform en vorming. Dat is logisch: dat zijn de posten waar de middelen naartoe gaan.
Maar er is een categorie die daarbuiten valt en zwaarder weegt dan haar prijskaartje. Een leerplatform bewaart punten die een leerkracht heeft toegekend. Software die werk van leerlingen leest en zelf punten voorstelt, doet iets anders: ze komt in de evaluatie zelf. Als er over een half jaar op een deliberatie een punt ter discussie staat, of een ouder vraagt hoe het tot stand kwam, dan is dat de software waarover je iets moet kunnen zeggen.
Dat hoeft geen hoofdstuk te zijn. Vier vragen volstaan.
Vier vragen die in het plan horen
Eén: welk gereedschap raakt werk en punten van leerlingen, en wie heeft dat beslist? Maak de lijst concreet, ook als er dingen op staan die niet centraal zijn aangekocht. Een vakgroep die met eigen gereedschap werkt, is geen schande; een school die niet weet dat het gebeurt, is een risico.
Twee: waar staan die gegevens, en met wie is er een verwerkersovereenkomst? Werk van leerlingen is een persoonsgegeven, ook op papier ingescand. De GDPR-vragen die je aan een leerplatform stelt, gelden hier even goed: waar wordt verwerkt, hoe lang wordt bewaard, wordt er op getraind, wie kan erbij. Wat wij daarop antwoorden, staat op onze veiligheidspagina.
Drie: wie houdt de eindbeslissing over de punten? Dit is de kern, en ze is in één zin vast te leggen: de leerkracht beslist, het voorstel van de software is een voorstel. Dat is geen formaliteit. Onder de GDPR heeft een leerling recht op menselijke tussenkomst bij een volledig automatische beslissing met gevolgen, en de Europese AI-verordening rekent systemen die leerresultaten beoordelen tot de categorie met de strengste eisen, met menselijk toezicht als kernvoorwaarde. Wat daarvan vandaag al geldt en wat later ingaat, staat in AI op school: wat mag er; hoe wij het zelf hebben vastgelegd, in onze gebruiksrichtlijn voor AI.
Vier: wat betekent digitale inclusie voor je evaluaties? Digitale inclusie staat verplicht in het plan, en ze wordt meestal gelezen als: heeft elke leerling een toestel. Voor evaluaties is er een tweede laag. Zolang een deel van je toetsen en taken op papier gebeurt — en dat is in de meeste scholen zo — moet het verbeterwerk daarvoor even goed geregeld zijn als voor wat digitaal binnenkomt. Papier digitaal verbeteren is in dat licht een maatregel voor inclusie, geen luxe; we schreven er eerder over in papieren toetsen in een digitale tijd.
Professionalisering: vorming over AI is niet hetzelfde als vorming over evalueren
De professionalisering in het plan gaat, terecht, vaak over digitale vaardigheden en over wat AI in de klas kan doen. Er is een tweede vorming die bijna nergens staat en die meer verschil maakt voor de kwaliteit van de punten: hoe schrijf je een verbetersleutel die de stappen benoemt in plaats van alleen het eindantwoord?
Dat is geen digitaal onderwerp. Het is het onderwerp waar alle digitale hulp op vastloopt of mee slaagt. Software die een antwoord naast een sleutel legt, kan onmogelijk beter zijn dan de sleutel. Een vakgroep die één namiddag aan haar sleutels werkt, verbetert daarna consistenter — met of zonder gereedschap. Hoe zo'n sleutel eruitziet, staat in een verbetersleutel maken.
Wat wij hierin doen, en wat niet
Corrigo leest gescand werk van leerlingen, legt elk antwoord naast de verbetersleutel van de leerkracht en stelt per vraag punten voor met een motivering erbij. De leerkracht loopt de voorstellen na en beslist. Het overzicht per vraag — waar het in de klas is misgelopen — staat er meteen naast. Hoe dat werkt, staat op verbeteren met Corrigo en, voor papier, op papieren toetsen digitaal verbeteren.
Wat wij niet doen: het punt zetten, een deliberatie voorbereiden of beslissen wat een sleutel moet bevatten. En wij vervangen geen puntenboek: hoe je verbeterwerk en administratie uit elkaar houdt, stond in Smartschool, Skore en het puntenboek.
Een half uur op de volgende vergadering
Het plan is geschreven, de datum is voorbij, en de verantwoording komt later. Dat maakt dit een goed moment voor de enige oefening die echt telt: leg het plan op tafel en zoek de vier antwoorden hierboven. Staan ze erin, dan is er niets aan de hand. Staan ze er niet in, dan is dat in een half uur recht te zetten — nu het plan nog leeft en niet wanneer iemand vraagt hoe een punt tot stand kwam.
Veelgestelde vragen
Moet elke school een ICT-beleidsplan hebben sinds 1 september 2026?
Volgens artikel 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering over het Digiplan moeten scholen, centra en academies die op basis van dat besluit extra ICT-middelen ontvangen een ICT-beleidsplan opstellen voor 1 september 2026. Minister Demir antwoordde in het Vlaams Parlement dat die modaliteit geen uitbetalingsvoorwaarde is, en dat het doel niet het plan op zich is maar het planningsproces dat inzet op infrastructuur en professionalisering.
Wat moet er in een ICT-beleidsplan staan?
De omzendbrief Digiplan somt de onderdelen op: de eigen visie op ICT en onderwijs, een analyse van de beginsituatie, een actieplan met doelstelling, verantwoordelijke en streefdatum, de manier waarop het personeel geprofessionaliseerd wordt, maatregelen voor digitale inclusie en een duidelijke rolverdeling. Het Kenniscentrum Digisprong biedt met Pictos een ICT-beleidsplanner aan.
Hoort gereedschap om te verbeteren in het ICT-beleidsplan?
Het staat er zelden in, en het hoort er wel in. Een leerplatform bewaart punten; software die werk van leerlingen leest en punten voorstelt, raakt de evaluatie zelf. Wie in het plan vastlegt welk gereedschap dat doet, waar de gegevens staan en wie de eindbeslissing houdt, heeft het antwoord klaar voor de klassenraad, voor ouders en voor de onderwijsinspectie.
Wat zegt de regelgeving over software die punten voorstelt?
Onder de GDPR heeft een leerling recht op menselijke tussenkomst bij een beslissing met gevolgen die volledig automatisch wordt genomen; een leerkracht die elk voorstel nagaat en beslist, houdt dat buiten dat regime. De Europese AI-verordening rekent systemen die leerresultaten beoordelen tot de categorie met de strengste eisen, met menselijk toezicht als kernvoorwaarde.
Wat heeft digitale inclusie met evalueren te maken?
Zodra een evaluatie een toestel veronderstelt, alles. Een plan dat digitale inclusie ernstig neemt, houdt er rekening mee dat een deel van de evaluaties op papier blijft gebeuren en dat het verbeterwerk daarvoor even goed geregeld moet zijn.
Bronnen: Besluit van de Vlaamse Regering over het Digiplan, artikel 5, en de omzendbrief Digiplan (artikel 6 voor de modaliteit, en de opsomming van de onderdelen van het ICT-beleidsplan); antwoord van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir op schriftelijke vraag nr. 262 van Stephanie D'Hose van 2 december 2025 (geen uitbetalingsvoorwaarde; doel is het ICT-beleidsplanningsproces; verantwoording via het digitale schoolloket toelagen in Mijn Onderwijs; controle door AGODI; Pictos van het Kenniscentrum Digisprong). Voor de juridische kaders: Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikel 22, en Verordening (EU) 2024/1689 over artificiële intelligentie, bijlage III.