Eind september kregen de scholen het dashboard met de resultaten van de Vlaamse toetsen, en daar ging de aandacht naartoe. Wat we erover schreven, lees je in ons artikel over het dashboard. Wat minder opviel: op 10 september diende de Vlaamse Regering in het Vlaams Parlement een ontwerp van decreet in over diezelfde toetsen.
Het ontwerp voert geen nieuwe toets in. Het regelt wel een reeks dingen die rechtstreeks over scholen en leerkrachten gaan: verplichte deelname aan proefafnames voor geselecteerde scholen, een nieuw gebruik van de loggegevens die het toetsplatform al bijhoudt, een anonieme koppeling van personeelskenmerken voor wetenschappelijk onderzoek, een extra indicator voor onderwijskansarmoede op buurtniveau en een private stichting die de taken van het huidige Steunpunt overneemt. Over één van die punten was de Vlaamse Onderwijsraad bijzonder scherp: dat noemde hij "onaanvaardbaar".
Belangrijk vooraf: het is een ontwerp. Het is verwezen naar de Commissie voor Onderwijs en daar nog niet besproken. Er kunnen dus nog amendementen komen.
Wat het ontwerp níét verandert
Welke leerlingen een Vlaamse toets afleggen, stond al vast in het decreet van 28 april 2023. In het secundair zijn dat de leerlingen van het tweede leerjaar van de eerste graad, sinds het schooljaar 2023-2024, en die van het tweede leerjaar van de derde graad, vanaf dit schooljaar 2026-2027. De memorie van toelichting zegt dat het toepassingsgebied en de manier waarop de toetsen in het kwaliteitsbeleid worden ingezet, onveranderd blijven. Ze zegt dat ook over de regels voor de verwerking van gegevens, al voegt het ontwerp volgens dezelfde memorie drie nieuwe verwerkingen toe: de buurtindicator, de personeelskenmerken en de loggegevens.
Ook het gebruik bij de evaluatie blijft zoals het was. De Codex Secundair Onderwijs laat de resultaten op leerlingniveau toe "als een van de mogelijke elementen waarmee de klassenraad rekening kan houden bij de evaluatie", met de uitdrukkelijke grens: "De resultaten op leerlingniveau worden niet als enige criterium voor de evaluatie gebruikt." De resultaten zijn niet openbaar en leiden niet tot een rangschikking van scholen.
Wat het ontwerp wél regelt
Verplichte proefafnames. Scholen die op wetenschappelijke wijze worden geselecteerd voor een pilootstudie of een kalibratiestudie, moeten voortaan deelnemen, "onverminderd de mogelijkheid voor individuele ouders om hun kind niet te laten deelnemen". Volgens de memorie kunnen meerderjarige leerlingen dat zelf beslissen. Bij overmacht kan een school gemotiveerd vrijstelling vragen, en de Vlaamse Regering "kan bepalen onder welke voorwaarden de deelnemende scholen in een volgende periode worden vrijgesteld van deelname". Volgens de regering vermindert de verplichting de planlast. De Vlor ziet het anders: volgens hem kan de verplichting het risico vergroten "dat deelname vooral als een administratieve last wordt ervaren", en staat ze "haaks op het beleidsdoel om de lestijd te maximaliseren".
Een nieuw gebruik van de loggegevens. Het toetsplatform logt nu al gegevens, volgens de memorie onder meer of leerlingen gegevens van buiten het platform knippen en plakken, het platform verlaten of de toets niet in volledig scherm afleggen. Tot nu mogen die gegevens alleen voor wetenschappelijk onderzoek dienen. Het ontwerp laat toe ze ook te gebruiken om onregelmatig toetsgedrag op school- en systeemniveau op te volgen en erover te rapporteren, bijvoorbeeld door aan te geven bij welk percentage leerlingen afwijkende handelingen zijn vastgesteld. De onderwijsinspectie krijgt informatie over een school alleen "als er signalen zijn van aberrant of onregelmatig toetsgedrag bij een significant aantal leerlingen". Hoeveel leerlingen dat zijn, zegt de tekst niet. De memorie benadrukt dat dit contact "geen sanctionerend karakter" heeft en dat leerlingen er niet op worden aangesproken. "Er wordt geen software geïnstalleerd op toestellen van leerlingen." De Vlor vond de regeling "disproportioneel".
Personeelskenmerken. Dit is het gevoeligste punt. Voor wetenschappelijk onderzoek worden het bekwaamheidsbewijs, het aantal jaren dienst in de school en de omvang van de opdracht van het onderwijspersoneel gekoppeld, net als de dienstjaren van de directeur. In het secundair gaat het volgens de huidige tekst om het personeel van de eerste graad; het personeel van de derde graad staat er niet in. Het ontwerp zegt dat die gegevens "uitsluitend gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek" en "uitsluitend in anonieme vorm verwerkt" worden. De memorie voegt toe dat het "uitdrukkelijk niet bedoeld [is] om het onder meer pedagogisch-didactisch handelen van onderwijspersoneel individueel te beoordelen of te evalueren".
De Vlor bleef kritisch. In zijn advies over het voorontwerp schreef hij: "Dat is voor de Vlaamse Onderwijsraad onaanvaardbaar." En: "Toetsresultaten zijn het resultaat van een collectieve inspanning en zijn niet terug te brengen tot het handelen van een individuele leraar." In dat voorontwerp stond niets over anonieme verwerking. Op een vraag van de Raad van State antwoordde de gemachtigde van de minister dat nog moest worden onderzocht of dat kon "op basis van volledig anonieme gegevens, dan wel via pseudonimisering of anonimisering". De Raad van State vroeg zich af of een verwerking die niet echt anoniem is, verenigbaar is met het beginsel van minimale gegevensverwerking, en raadde aan de anonieme verwerking in het decreet zelf vast te leggen. Pas daarna kwam de zin over anonieme verwerking in de tekst. Hoe dat technisch gebeurt, staat niet in het ontwerp.
Een private stichting. Een stichting, op te richten door de Vlaamse Regering, neemt de taken over van het huidige Steunpunt, dat verlengd wordt tot 30 september 2027.
De verplichte deelname, de buurtindicator, de loggegevens en de personeelskenmerken treden volgens het ontwerp in werking op 1 januari 2027. Voor de stichting legt de Vlaamse Regering de datum vast, uiterlijk op 15 december 2027.
Wat dit betekent voor je eigen evaluaties
Voor de leerlingen van het zesde jaar secundair is dit het eerste schooljaar met een Vlaamse toets. Drie dingen kan je nu al doen, los van wat het parlement nog beslist.
Weet wat je school afspreekt. Het schoolreglement vermeldt dat de school communiceert over hoe de klassenraad al dan niet rekening houdt met de resultaten van de Vlaamse toetsen. Kijk in het schoolreglement en in wat je school daarover verder meedeelt. Weet je het niet, vraag het dan nu, niet in juni.
Zorg dat je eigen evaluaties per onderdeel leesbaar zijn. Een Vlaamse toets mag nooit het enige criterium zijn. Wil de klassenraad ze naast je eigen evaluaties leggen, dan moet je kunnen tonen hoe je leerlingen op vergelijkbare onderdelen scoren, met een verbetersleutel die je achteraf kan uitleggen. Hoe je zo'n sleutel opbouwt, lees je op een verbetersleutel maken.
Gebruik de resultaten samen, niet tegen elkaar. De Codex noemt de resultaten op groepsniveau "een van de elementen voor reflectie over het pedagogisch-didactisch handelen in het schoolteam". De Vlor legt de verantwoordelijkheid bij de school als geheel. De vakgroep is een logische plek voor dat gesprek; een oordeel over één collega is het niet. Wat de toetsen wel en niet over je leerlingen zeggen, lees je in ons artikel over de Vlaamse toetsen.
Waar Corrigo past, en waar niet
Met de Vlaamse toetsen zelf heeft Corrigo niets te maken: die worden digitaal afgenomen op een centraal platform. Corrigo helpt bij je eigen evaluaties. Het leest gescande papieren toetsen, legt elk antwoord naast jouw verbetersleutel en stelt per vraag punten voor met een motivering. Jij beslist. Wat je overhoudt, is een overzicht per vraag en per onderdeel dat je in de vakgroep of de klassenraad kan tonen. Hoe dat werkt, lees je op papieren toetsen verbeteren; hoe we met gegevens omgaan, op veiligheid.
Het ontwerp ligt nu in het parlement. Wat er ook uitkomt: de punten die jij geeft, blijven het fundament van de evaluatie. Zorg dat ze dat ook kunnen dragen.
Veelgestelde vragen
Wat is het ontwerpdecreet over de Vlaamse toetsen?
Het is stuk 982 (2025-2026) nr. 1 van het Vlaams Parlement, op 10 september 2026 ingediend door de Vlaamse Regering. Het wijzigt het decreet basisonderwijs, het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs en de Codex Secundair Onderwijs wat betreft de Vlaamse toetsen. Het is verwezen naar de Commissie voor Onderwijs en is nog niet goedgekeurd.
Komen er nieuwe Vlaamse toetsen bij?
Nee. Dat leerlingen van het tweede leerjaar van de derde graad vanaf het schooljaar 2026-2027 een Vlaamse toets afleggen, staat al in het decreet van 28 april 2023. Volgens de memorie van toelichting blijven het toepassingsgebied en de inzet in het kwaliteitsbeleid onveranderd. Wel voegt het ontwerp volgens dezelfde memorie drie nieuwe verwerkingen van gegevens toe.
Worden leerkrachten beoordeeld op de resultaten van de Vlaamse toetsen?
Volgens het ontwerp niet. Het bekwaamheidsbewijs, de dienstjaren in de school en de omvang van de opdracht worden uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt en uitsluitend in anonieme vorm verwerkt; in het secundair gaat het volgens de huidige tekst om het personeel van de eerste graad. De memorie van toelichting zegt uitdrukkelijk dat het niet de bedoeling is om het handelen van onderwijspersoneel individueel te beoordelen. De Vlaamse Onderwijsraad noemde de koppeling onaanvaardbaar. De zin over anonieme verwerking kwam er op aanbeveling van de Raad van State; hoe die technisch verloopt, staat niet in het ontwerp.
Mag de klassenraad de resultaten gebruiken bij de evaluatie?
Ja, als een van de mogelijke elementen, maar nooit als enige criterium. Dat staat in de Codex Secundair Onderwijs. Het schoolreglement vermeldt dat de school communiceert over hoe de klassenraad al dan niet rekening houdt met de resultaten. Het ontwerpdecreet verandert daar niets aan.
Wat gebeurt er met de loggegevens van de toetsafname?
Het toetsplatform logt nu al gegevens, volgens de memorie van toelichting onder meer of leerlingen knippen en plakken van buiten het platform, het platform verlaten of de toets niet in volledig scherm afleggen. Tot nu dienen die gegevens alleen voor wetenschappelijk onderzoek. Het ontwerp laat toe ze ook te gebruiken om onregelmatig toetsgedrag op school- en systeemniveau op te volgen en erover te rapporteren. De onderwijsinspectie krijgt informatie over een school alleen bij signalen van onregelmatig toetsgedrag bij een significant aantal leerlingen; dat contact heeft volgens de memorie geen sanctionerend karakter.
Bronnen: Vlaams Parlement, ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de Vlaamse toetsen, stuk 982 (2025-2026) nr. 1, ingediend op 10 september 2026 en verwezen naar de Commissie voor Onderwijs (memorie van toelichting; artikelen 3, 4, 6, 8, 9 en 11; advies van de Vlaamse Onderwijsraad van 12 maart 2026, "Kwaliteitsontwikkeling als blijvend uitgangspunt van Vlaamse toetsen", over het voorontwerp; advies 79.463/1 van de Raad van State van 16 juli 2026); decreet van 28 april 2023 over de Vlaamse toetsen in het onderwijs; Codex Secundair Onderwijs, artikelen 112, 115/8, 115/9 en 115/10, zoals geldend. Citaten zijn letterlijk; het ontwerp kan bij de parlementaire behandeling nog wijzigen.